Monastiek: anders missionair!?

De betekenis van het monastieke verlangen voor de missionaire kerk

Inspiratiebijeenkomst: Monastiek in de gemeente

kloosterzwollegangAls vervolg op de Monastieke Inspiratiedag van 18 februari 2016, wordt er in het najaar van 2016 een inspiratiebijeenkomst georganiseerd: op donderdag 15 september in Zwolle.

Hieronder vind je alle informatie.  Aanmelden kan op deze pagina van de site van de Protestantse Kerk.

Doelgroep

Predikanten en kerkelijk werkers

Doel

Verkenning van het thema rond de vraag: “Hoe verbind ik ‘het monastieke’ verlangen met mijn eigen leven en met het leven van mijn gemeente?”
Inventarisatie (via een digitale enquête na afloop van de bijeenkomst) of er onder de deelnemers behoefte bestaat aan de vorming van een ‘leergemeenschap’ (met mogelijkheid van verschillende invullingen) rond deze thematiek.

Programma

10.30 u Inloop en ontvangst
11.00 u Morgengebed
11.15 u Inhoudelijk programma – Lectio Divina van tekst van Bernardus
12.30 u Middaggebed
12.45 u Lunch
13.30 u Geestelijke oefening
13.45 u Collatio: gespek rond het thema
14.45 u Slotgebed
15.00 u Einde

Begeleiding

Ds. Robert- Jan Perk, ds. Wil Kaljouw, dr. Jos Douma, dr. Hein Blommesteijn (Lectio Divina)

Aantal deelnemers

Maximaal 25 per bijeenkomst

Kosten

€ 25,- per persoon, incl. een eenvoudige lunch.

Datum, plaats en aanmelding

Donderdag 15 september 2016: Plantagekerk, Ter Pelkwijkstraat 17 te Zwolle
Aanmelden: op deze pagina.

Meer Informatie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Protestants Centrum voor Toerusting en Educatie, 030-8801558 of een email sturen aan pcte@protestantsekerk.nl

Het was een inspirerende dag!

De dag is voorbij. Van de 100 deelnemers (50 andere aanmeldingen konden niet meer worden gehonoreerd) gaven velen aan: wat is dit inspirerend!

> Wil je reageren? KLIK HIER

Monastiek leeft. Er is veel verlangen in de kerken om te leren van de kloosters. En er zijn veel monastieke initiatieven die graag verbonden worden of blijven met kerken. Kloosters en kerken hebben elkaar nodig, zoveel is wel duidelijk geworden.

Op deze pagina wordt het materiaal verzameld dat het mogelijk maakt om terug te blikken op de dag of om er alsnog iets van mee te krijgen. En wellicht ontstaan er ook contouren van een eventueel vervolg.

Lezingen en powerpoints van de dag

Materiaal uit de workshops

Op internet en in de pers

‘Geweldig hoor, zo’n gelofte en zo’n manier van leven. Maar euh… niets voor mij hoor!’

oudezijds100Door Rosaliene Israël

Monastiek is ‘in’. De hectiek van het dagelijkse leven, waarin we het als individu moeten maken, doet mensen verlangen naar de stilte en de rust van het klooster. Boeken over monastieke spiritualiteit – denk: Anselm Grün, Henri Nouwen, Thomas Merton, Wil Derkse – vinden gretig aftrek. En ook de zichzelf als weldenkend beschouwende elite gaat in het klooster op zoek naar God.

Het klooster als spirituele bron, waar het zoeken naar God centraal staat en het leven wordt gestructureerd door het vaste ritme van gebed en meditatie, is ongekend populair. Toch zijn er maar heel weinig (jonge) mensen die kiezen voor een leven volgens de kloosterregels. Toen mijn echtgenoot en ik acht jaar geleden een gelofte aflegden en lid werden van een oecumenische communiteit, was een veelgehoord commentaar: ‘Geweldig dat jullie dat doen hoor, zo’n gelofte en zo’n manier van leven. Maar euh… niets voor mij hoor!’ Noem het de monastieke paradox. Het 24/7, allround commitment (in mijn ogen nog wel wat tandjes heftiger dan ons communitaire leven), is voor de meeste mensen heel wat bruggen te ver. Maar het fascineert wel en er gaat (kennelijk) een zekere aantrekkingskracht vanuit.

Zo ook van de praktijken – lectio divina, getijdengebeden, geloften, stiltewandelingen en  -retraites – die we met het klooster associëren. Niet zo heel gek dus dat er de laatste, pakweg, tien jaar druk geëxperimenteerd wordt met nieuwe monastieke vormen. Van christelijke leefgemeenschappen, geïnspireerd op de nieuwe monastiek van ‘ordinary radical’ Shane Claiborne, tot stads- en plattelandskloosters opgericht door kerkelijke pioniers. Ook vanuit dat oogpunt kun je zeggen dat monastiek ‘in’ is.

Maar wat is nu precies de aantrekkingskracht van het kloosterleven en de monastieke spiritualiteit? Of wat is het achterliggende ‘missionaire concept’ van het monastieke? En kun je monastieke praktijken wel loskoppelen van het commitment aan een groep of regel? Ik zie ernaar uit om tijdens de inspiratiedag vanuit mijn ervaring in de alledaagse praktijk en als onderzoeker van christelijke leefgemeenschappen, hierover in gesprek te gaan en ben benieuwd waar we samen op uit komen.

Ds. Rosaliene Israël is onderzoeker naar christelijke leefgemeenschappen en is als predikant van de Protestantse Gemeente Amsterdam verbonden aan Spe Gaudentes, de communiteit van Oudezijds 100Zij leidt tijdens de inspiratiedag de workshop Stadskloosters – nieuwe monastiek in de stad.

The Emergence of New Monasticism

roysearle

In deze bijdrage werpt  Roy Searle, een van de twee hoofdsprekers op de monastieke dag in Zwolle, de vraag op wat de betekenis is van de opkomst van de neo-monastieke beweging. 

Door Roy Searle

The times they are a changin. Those words penned by the songwriter Bob Dylan back in the 1960s, certainly apply to the changing church and cultural contexts of Europe today.

Change is a paradoxical experience; it presents challenges as well as opportunities, provides the stimulus to engender fear or faith. The chilling winds of change can be threatening but can also be seen as a refreshing breeze that God is using to disturb, change and renew the church.

Looking at church history we can see that periods of church renewal are often preceded by major or significant changes in society. It is often been during these periods of change that monastic movements have been born. From the beginnings of monasticism with Anthony and the Desert Fathers, through Benedictine communities, St. Francis, the Beguines, Brother Roget and the Taize Community and to Dietrich Bonhoeffer, monastic communities have emerged during periods of cultural upheaval. So it should not come to us as a surprise that with the major changes taking place within Europe, God is again raising up renewed and new expressions of faith.

I am very much looking forward to sharing and exploring with other delegates to the conference in Zwolle, the emergence of new monasticism in contemporary Europe. As has been the witness from church history, God has often raised up these new expressions of monasticism for two primary purposes: to call the church back to something that has been lost and to help the church to imagine and explore what living out the gospel means in a changing cultural context.

I want to suggest that among the things that we are being called back to is the imperative of the Great Commandment: to return to the primary call upon our lives, alone and together, to seek God and to love him with all our heart, soul, mind and strength and to love our neighbours as we love ourselves. When we have been captured by the activism, busyness and consumerism which can lead us into ‘managing churches’ with lots of organising programmes and running meetings, it is easy to drift or have our attention diverted from what the monastic tradition talks about as the, ‘one thing necessary‘ the primacy of seeking after God.

There is within monasticism an inherent embracing of the spiritual disciplines. Spiritual formation, the transformation of the heart and a commitment to an intentional way for living, usually with a Rule of Life characterises both established Religious and new monastic communities. Living out the faith where values underpin and inform how we live out the gospel. A vocational way for living that is contemplative, providing both a reflective way of observing and critiquing our own lives, the church and wider society and also a framework that helps us engage prophetically and apostolically with the changing cultures.

I also want to suggest that God is not only calling us back to our first love of him but that he is reminding us of his Great Commandment, to go into all the world and make disciples of all nations. This is one of the main reasons why new monasticism is both monastic and missional.

Drawing from the experience of the Northumbria Community I hope to share and encourage people to think about the wisdom that comes from the monastic tradition that can serve the renewal of the church and its engagement with the changing, post-Christendom world.

I will also explore the dimensions of availability and vulnerability, the two core values that are at the heart of the Northumbria Community’s rule of life and how they form a pattern for missional living.

To quote a more contemporary songwriter, Bono: when people are looking for a future they will often try and reinvent or rediscover the past. As we look to the challenges and opportunities of the future, I believe that we can glean much insight and inspiration from the monastic movements, which were the first for some nations of Europe, to share the Gospel.

Roy Searle is een van de stichters van de nieuwe monastieke en missionaire Northumbria Community: een geografisch verspreide gemeenschap van volgelingen van Jezus, verbonden door een gezamenlijke Leefregel van kwetsbaarheid en beschikbaarheid.  Roy leeft in de Cheviot Hills in het noordoosten van Engeland, dicht bij de Schotse grens. Hij is voormalig President van de Baptisten Unie van Engeland, lid van het Renovare team in GB en bestuurslid van het Journal for Missional Practice en docent van St. John’s College, Durham University waar hij kerkleiders traint en doceert op het gebied van missionair leiderschap en spirituele vorming. Zijn eerste bezoek aan Nederland was als junior voetballer. Hij reist nu door Engeland en de rest van Europa om mensen en geloofsgemeenschappen aan te moedigen God lief te hebben en te delen van onze overvloed.

Websitenorthumbriacommunity.org

Leven met een regel

levenmeteenregel

De Nederlandse leden tijdens de Pelgrimage in de Gemeenschapsweek op Iona in oktober 2015. v.l.n.r.: Teun Kruijswijk Jansen, Jan Maasen en Desirée van der Hijden. Irene Stok ontbreekt.

Door Teun Kruijswijk Jansen

Het lid worden van de Iona Community ging gepaard met de belofte om me aan de leefregel te houden. Eigenlijk zag ik daar nog het meest tegenop. Dagelijks bijbel lezen en bidden, ja dat gaat wel, want dat deed ik al. Maar het gesprek over het verantwoorden van mijn tijd en mijn financiën was wat anders. En de regel van de ‘belofte van inzet voor vrede en gerechtigheid’: hoe geef je dat vorm en inhoud, meer dan wat je al deed? De laatste regel ging (en gaat) over het gesprek waar je je onderling als leden toe verplicht om over de eerste vier regels met elkaar van gedachten te wisselen.

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Ieder jaar schrijf ik in april de ‘leader’ van de Community een brief hoe ik met ‘de regel’ gevaren ben, plus een financieel overzicht van inkomsten en uitgaven en tot welk bedrag ik kom bij de 40% (van mijn vrijwillige bijdragen aan allerlei organisaties), die mijn jaarlijkse bijdrage voor de doelen van de Community betekent. Het schrijven van de brief is nodig om mijn lidmaatschap weer voor een jaar te verlengen. Het is niet vanzelfsprekend dus om van deze Gemeenschap lid te blijven.

Het blijkt verrijkend te zijn om met de andere drie Nederlandse leden ieder jaar in februari ‘tijd te schrijven’ of het huishoudboekje eens precies bij te houden. Het leidt, vanuit het besef dat we ons geld en onze tijd te leen hebben gekregen, tot de bevrijdende ervaring dat je de enige niet bent die worstelt met de keuzes die je maakt. De anderen herkennen je vragen, delen je zorgen en vreugde, en kijken mee als er lastige keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi moment was dat we allemaal tot de overtuiging kwamen dat we een andere bank moesten nemen die meer verantwoord met ons geld om zou gaan. We ontdekten dat de overstap meer mee was gevallen dan we eerst dachten. Zonder ons contact waren we er niet zomaar aan begonnen.

Leven met een regel geeft cement aan je levenshouding: in aandacht, richting, geld en tijd. Het wonderlijke is ook dat het ruimte geeft. Ik vraag me vaak af waar dat in zit: ik vermoed dat het de vrijwillige begrenzing is die je aangaat. Waarmee je van grenzeloze vrijheid (wat dat ook is) die tot richtingloosheid kan leiden, afgeholpen wordt. Al vind ik dat wel negatief klinken. In onze Nederlandse groep maken we keuzen en afspraken voor de vormen van ontmoeting en wederzijdse verantwoording. Het is een kleine beweging van zo’n 80 heel betrokkenen en 300 emailadressen van ‘volgers’. Wie zich ertoe geroepen voelt kiest voor de verbintenis met de Leefregel. Het is een uitvloeisel van de (dagelijks) uitgesproken belijdende woorden uit onze dag liturgie: wij belijden dat Gods goedheid in ons werkt, en dieper wortelt dan alle kwaad.

Teun Kruijswijk Jansen is predikant van de Protestantse kerk te Doorn, oprichter van de Iona werkgroep in Nederland en lid van de Iona Community.  ”Oriëntatie op Jezus Christus en waar ‘de Geest’ waait brengen me meestal vanuit het gemis dichter bij mijn bestemming en inzet. Die inzet wordt getypeerd door een gebedsregel die de Iona Community dagelijks bidt: to find new ways to touch the lives of all.”  Kijk ook op: aandachtdoetgoed.com.

Vorming

enjoythesilenceDoor Wil Kaljouw

Kort geleden werd ik geconfronteerd met een drama. De personen zouden passen in een prachtige roman. Een verhaal om te smullen, diepe contrasten in goed en kwaad, ware het niet, dat ik er zelf bij betrokken ben.

In mij werd het kloosterideaal wakker geroepen. Hoe kan het toch dat in Taizé de stilte zo indringend is en God klopt aan het hart, terwijl de eredienst in een protestantse kerk slechts de roep om koffie lijkt uit te lokken?

De protestantse historici zijn het wel eens: de overgang in de reformatie brak met het verschil tussen geestelijken en leken en maakte de kerk tot een huis van iedereen. Prachtig. Zelfs zijn er geleerden die blijmoedig wijzen op de kern van het kloosterideaal. Sinds de reformatie maakt het leven met God in  ascese deel uit van het gewone protestantse leven. Bij Calvijn zie je het: glorie aan God boven alles en de gelovige die het toekomstige leven overdenkt, dag aan dag.

Dit jaar herdenken we 500 jaar reformatie. Nu moet de eredienst zoveel mogelijk mensen smaken. Tegenover ascese, onthouding, staat het woord genieten. Terwijl vroeger geleerd werd dat je alleen van God kan genieten. Hij blijft en verder gaat alles verloren. Kortom, anno 2015 hebben we wel verlies geleden.

Persoonlijk heb ik behoefte aan vorming. Oefenen in het leven met God, iedere dag. De noodzaak daarvan dringt zich telkens op. Tegenover de prestatiedwang binnen en buiten de kerk is er de leegte.  

Het drama openbaarde opnieuw het gebrek aan leren liefhebben. Hij is een voorganger van een bloeiende gemeente, die werd gezien als voorbeeld. Zijn gemeente onderhield tal van zorgpraktijken. Helaas, de zorggelden werden gebruikt om het kerkgebouw te verfraaien. Het doel van bezoekers lokken, heiligde de middelen. Hij werd zelfs verdacht van brandstichting, met dodelijke slachtoffers tot gevolg, om frauduleuze praktijken te verdoezelen. Kernpunt van zijn prediking: “wij zijn overwinnaars in Christus”. Tegenover hem staat één van zijn zorgverleners. Door het bedrog verliest hij het geloof in christelijke overtuigingen en doet ze af als ideologie. Ondanks reorganisaties, herstructureringen en overplaatsingen in gelieerde zorginstellingen, blijft hij consequent opkomen voor het belang van en de zorg aan de gast die wordt opgevangen.  

Dit contrast bezorgde mij een schok. Wat telt in de gemeente: het aantal kerkgangers op zondag of het leven met God in liefde, alle dag?

Waar leer je de houding, de trouw, het uitsteken van de gulle hand: “Ik had honger en gij hebt mij gevoed.” Ik koester het vermoeden dat een monastieke gemeenschap, met haar dagelijks gebed en contemplatie, werk en vorming, haar traditie van biecht en barmhartigheid, hierin meer kan betekenen dan het instandhouden van een zondagse eredienst, met koffie na afloop.

Het is de vraag van Larry Crabb in “De ideale kerk”: “Waar vind ik een gemeente die niet aan al mijn behoeften voldoet, maar die leert mijn verlangen op God te richten?”

Ds. Wil Kaljouw is predikant in de Protestantse Gemeente te Nijverdal. Hij ontdekte de stilte tijdens zeiltochten op de Friese wateren. In de Spil te Maarssen vond hij de verbinding met andere Godzoekers in de stilte. Daar werkt hij ook als vrijwilliger. In Nijverdal en Hellendoorn neemt hij deel aan een werkgroep ‘Op weg in de stilte’ samen met ds. Robbert-Jan Perk om ook in de gewone kerkelijke gemeente een plaats van stilte te bieden. Hij geeft mee leiding aan de workshop Op weg in de stilte tijdens de inspiratiedag.

Dat wijsheid ons hart vervult…

wizen-taizéDoor Hinne Wagenaar

Een nieuw jaar. De oudejaarspsalm geeft ons de woorden mee ‘dat wijsheid ons hart vervult’ (90: 12) In de Statenvertaling van de Bijbel klinkt het zo: ‘dat wij een wijs hart bekomen‘. Maar hoe ‘bekomen’ wij een wijs hart? De rol van de kerk bij het zoeken naar antwoorden op deze vraag is marginaal, ook in de context van het Friese platteland. Wij merken weliswaar dat de behoefte aan een plek voor ‘stilte, bezinning en verbinding’ juist heel groot is. Nijkleaster probeert een plek te bieden aan mensen die zoeken om een wijs hart te bekomen. Een nieuw klooster midden op het platteland, waar we rust en ruimte bieden aan moderne pelgrims.

Misschien dat ‘de Wijzen’ ons kunnen helpen? Wij lezen het verhaal van de wijzen op de kleaster-ochtend van woensdag 6 januari: Driekoningen. Wijzen (of magiërs) kwamen uit het oosten. Nee, geen drie koningen. Drie noch koningen, maar wijzen. Zij zagen een ster en zijn op weg gegaan. Zíj zagen een ster, anderen niet. Zij, de ‘outsiders’, zagen de ster terwijl de insiders in Jeruzalem die niet zagen. De ster laat zich niet zomaar zien. Het is geen vanzelfsprekendheid. Er gaat ons niet zomaar een licht op.

In de praktijk van ons pionierswerk bij Nijkleaster ontmoeten wij veel mensen die onderweg zijn, op zoek naar een ster die hen kan voorgaan in hun leven. De mensen die nauwer betrokken zijn bij Nijkleaster trouwens ook.  We ontvangen veel mensen ‘mei de siel ûnder de earm’ (met de ziel onder hun arm). Zoekend om aanraking en inspiratie. Zoekend om licht te mogen ontvangen, in het volle licht te mogen staan. Hopend dat hen een licht zal opgaan. Velen zijn ergens onderweg in hun leven zoekgeraakt en gaan gebukt aan een tekort aan inspiratie en ‘geraaktheid’. Zin en doel van het leven zijn verduisterd. Dat doet ons soms pijn, maar we verheugen ons over het goede nieuws, namelijk dat velen wél zoekende zijn en wél op weg zijn gegaan. Een eerste belangrijke stap!

Eenmaal onderweg, zoals de wijzen, is het nog geen uitgemaakte zaak. De wijzen waren in eerste instantie zo wijs nog niet. Want ze gingen naar het centrum van de macht in Jeruzalem, naar Herodus. Daar was niets te vinden dan angst en leugen. Of toch? Zelfs daar konden ze een aanwijzingen vinden. Ook van een misser of tegenslag onderweg valt te leren. Ze moesten hun weg aanpassen en de ster opnieuw volgen. Het licht laat zich niet licht vinden. Maar ze laten zich niet afleiden en gaan verder op weg. De ster blijft stil staan boven de plaats waar het Kind was. En ze bewezen het Kind eer met kostbaarheden, die weinig te raden overlaten. Hier vinden ze, tegen alle verwachting in, de grote koning (goud), priester (wierook) en profeet (mirre). Dit Kind belichaamt alles wat je nodig hebt om wijs te worden.

Is hun zoektocht daarmee afgerond? Ha, dat zouden we misschien wel willen! Maar nu begint er een nieuwe fase van onderweg zijn. De wijzen kunnen immers niet terugkeren op hun schreden. Als je eenmaal door de knieën bent gegaan voor dit kind, voor deze wijsheid, dan is er geen weg terug. Dan kun je onmogelijks terug langs de centra van de macht. Dan moet je opnieuw bijsturen. Dat moet je opnieuw een weg zoeken: ‘ze reisden via een andere route terug naar hun eigen land’. Ze hebben dan een enorme pelgrimsroute afgelegd en komen als nieuwe mensen terug in hun eigen land. Want ze hebben de ster gevolgd, ze zijn door de knieën gegaan en zijn ‘verlicht’ geworden. Om dat licht vervolgens altijd mee te dragen in hun leven.

‘Dat wij een wijs hart bekomen’. Bij Nijkleaster bieden wij onze gasten, en onszelf, de ruimte om te zoeken naar een wijs hart. Op woensdag ‘Driekoningen’ staan we in het ochtendgebed stil bij de weg van de wijzen. En buiten onderweg tijdens de kleaster-kuier zoeken we in ‘stilte, bezinning en verbinding’ onze eigen weg. Als wijzen die nog niet zo wijs zijn. En wie weet, gaat er ons onderweg een licht op.

Ds. Hinne Wagenaar is predikant in de Protestantse gemeente Westerwert (de dorpen Bears, Jellum, Jorwert en Weidum) en samen met zijn vrouw Sietske pionier van Nijkleaster (nieuw klooster) in Jorwert. Hij heeft gemerkt dat het Friese land, waar ooit vele katholieke kloosters stonden, heel goed een protestants klooster kan gebruiken, een plek waar stilte en rust is, een pleisterplaats waar mensen zich kunnen opladen.

Wederzijdse gastvrijheid

Furtwangen 4Door Thomas Quartier OSB

Wat betekent monastieke gastvrijheid in tijden waar grenzen getrokken worden, mensen geweigerd worden en onthaal tot een ‘crisis’ leidt die je op moet lossen, aldus een ondertussen gangbare politieke formulering? Kijken we naar de praktijk van het klooster. Wie daar wel eens te gast is geweest weet dat er weinig ophef gemaakt wordt: je bent er, je leeft mee, men is er wanneer je dat wilt, maar niemand zal zich aan je opdringen. Je stapt op een rijdende trein, en je moet vooral niet de pretentie hebben dat je het nu allemaal eens anders gaat aanpakken. Tegelijk moet je wel degelijk je eigen weg vinden: je bent op jezelf teruggeworpen, maar dat opent perspectieven voor je eigen leven en van de mensen die je tegenkomt. Je draagt mede de verantwoordelijkheid voor het klooster, voor de monniken.

Weinig spectaculair

Het ijkt een weinig spectaculaire vorm van gastvrijheid, men doet wat er te doen valt, zowel de monniken als de gasten. Wat zou dat ten aanzien van situaties kunnen betekenen waar mensen hun leven op het spel zetten om er gewoon te mogen zijn – bij ons? Duidt de praktijk van monastieke gastvrijheid niet eerder op doelgericht gastenopvang – efficiënte crisismanagement wanneer het gastenhuis volgeboekt is?

Het hoofdstuk dat Sint Benedictus in de 6e eeuw over gastvrijheid schrijft, spreekt een andere taal: “Alle gasten die langskomen, worden ontvangen als Christus zelf” (RB 53). We zijn snel geneigd hier een vrome legitimatie in te lezen voor waar we het allemaal over eens lijken te zijn. Maar klopt dat wel? Deze uitspraak is wat mij betreft radicaal! Gastvrijheid is een heilig gebeuren en kan daarom niet hard genoeg van de daken worden geschreeuwd, zonder voorwaarde. Het is geen gunst en geen dienst, ook geen heilige plicht, maar in zichzelf kern van je spiritualiteit.

De gast in de hoofdrol

Daarbij moet je je goed realiseren dat de gast de hoofdrol speelt. Daar staat de vereenzelviging met Christus symbool voor. Welnu, dat is een hele verantwoordelijkheid. Voor de gastheren, die zich goed moeten realiseren dat je de angel uit je eigen klooster – spreek: je leven – haalt wanneer je grenzen stelt aan de bereidheid tot onthaal. En ook voor de gast. Het gaat er niet om dat aan de reiziger of migrant, die we tegenwoordig vanzelfsprekend ‘vluchteling’ noemen, als individu recht wordt gedaan. De houding van wederzijds onthaal hoort bij ons leven, onze identiteit. Realiseer je namelijk wel: als monnik moet je door de gast net zo worden ontvangen wanneer als omgekeerd. Het is net zo’n gunst dat de gast zijn heil in jouw klooster zoekt dan dat je het ter beschikking kunt stellen. Het heilige perspectief maakt die wederzijdsheid tot het hoogste ideaal.

Vluchtelingen

Toen mij onlangs in een podiumdiscussie door een haarscherpe analyse werd geantwoord dat gastvrijheid juist niet wederzijds was, dat dat een naïef en wereldvreemd denken bij mij ontmaskerde, kwam er weer een ontmoeting met een groep bejaarde zusters naar boven. ‘En wat doet u met de vluchtelingen`, zo vroeg ik in verband met de deugd van dienstbaarheid? ‘Die hebben we in huis’, antwoorden de zusters, ‘in het klooster hebben we plek genoeg’. Daar is alles mee gezegd wanneer ik weer eens aan het piekeren ben over wat monastieke gastvrijheid betekent voor de grenzen die tegenwoordig weer beschermd worden. Natuurlijk kan niet iedereen vluchtelingen in huis hebben, en natuurlijk is de ‘crisis’ daarmee niet opgelost. Maar ik hoop van harte dat er genoeg ‘kloosters’ zijn waar men heilige, wederzijdse gastvrijheid leeft. In abdijen, gemeentes, families, buurten… Dit soort kloosters zijn overal waar men de ander binnenlaat – en dat hoort voor mij tot de kern van monastiek charisma, binnen en buiten de kloostermuren!

Prof. Dr. Thomas Quartier OSB (1972) doceert aan de RU Nijmegen en de KU Leuven. Hij is medewerker van het Titus Brandsma Instituut en lid van de monnikengemeenschap van de Willibrordsabdij in Doetinchem. Email: T.Quartier@ftr.ru.nl. Hij is auteur van het boek ‘Anders leven. Hedendaagse monastieke spiritualiteit, Berne 2015, 2e druk. Het woord ‘anders’ in de titel van de monastieke inspiratiedag ‘Monastiek: anders missionair!?’ is een echt van het woord ‘anders’ uit de titel van dit boek van Quartier

De menselijke gerichtheid op waarheid vormgeven

ordopraedicatorumDoor Erik Borgman

De meeste mensen die tegenwoordig geïnspireerd worden door het kloosterleven, denken allereerst aan een rustiger, natuurlijker levensritme, terzijde van de hedendaagse hectiek. Dat beeld is nogal eenzijdig. Er werd in kloosters, en door kloosterlingen vanuit hun klooster, vaak heel hard gewerkt. Een zuster die in de vorige eeuw lid werd van een congregatie die onderwijs gaf aan geestelijk gehandicapte kinderen, zou niet gemakkelijk op het idee gekomen zijn dat een klooster een plaats van rust was. Het was veeleer een manier om het werk en het leven te organiseren.

Verkondigen

Ook de religieuze orde waartoe ikzelf behoor denkt niet vanzelfsprekend in termen van vacare Deo, leeg zijn voor God. De orde van de dominicanen, de orde der predikers – ordo praedicatorum ­– is opgericht om te verkondigen. Om goed te verkondigen moet je de mensen kennen aan wie je verkondigt en de traditie kennen van waaruit je verkondigt. De mensen leer je kennen niet door je terug te trekken in een klooster – zoals de norm was vóór het ontstaan van de dominicanen, acht eeuwen geleden – maar door je onder ze begeven. Met lege handen en een open geest: de dominicanen zijn een bedelorde, dat wil zeggen dat ze oorspronkelijk zonder bezit rondtrokken, om onderdak vragend en hun voedsel bij elkaar bedelend. Geen betere manier om je met mensen te verbinden dan door je afhankelijk te maken van wat zij je kunnen en willen geven. De christelijke traditie leer je naar dominicaanse overtuiging kennen door te studeren. Kort na het begin van de orde werden de dominicanen naar de universiteiten gestuurd, die op dat moment aan het ontstaan waren. Als God de Waarheid zelf is, dan is het studieus zoeken naar waarheid een manier om God te leren kennen.

Voor dominicaanse broeders – ‘paters’ als het priesters zijn – en voor dominicaanse contemplatieve en actieve zusters is de norm dat zij in een klooster wonen. Ik ben echter lid van de dominicanenorde als ‘leek’, dat wil zeggen zonder te hebben beloofd ongehuwd te blijven en af te zien van persoonlijk bezit. Ik woon met mijn gezin – sinds mijn dochters het huis uit zijn alleen met mijn vrouw. Weliswaar in een huis dat ooit gebouwd is als een stadsklooster, maar dat laatste is toevallig. Er zijn wel lekendominicanen die inwonen bij een broeders- of zusterklooster, maar de meesten – we zijn in 1999 met 19 begonnen, er zijn er inmiddels ruim zestig in Nederland – wonen op zichzelf, al dan niet met een partner en/of kinderen. Wij hebben in het dagelijks leven dus geen directe steun van een kloosterlijk ritme of een gelijkgezinde gemeenschap.

Delen in zending

Niettemin delen wij in de zending van de orde om te verkondigen. Dit delen kan gebeuren in uiteenlopende vormen: kleinere en grotere, meer publieke en meer private. Ik geef mijn zending met name vorm door mijn werk als theoloog. Dit is binnen de dominicanenorde een eerbiedwaardige traditie en geeft mij vele illustere voorgangers: van Albertus de Grote (ca. 1200-1280) en Thomas van Aquino (1225-1274) tot Edward Schillebeeckx (1914-2009) en Gustavo Gutiérrez (*1928).

Het is belangrijk te bedenken dat verkondiging voor een dominicaan niet een taak is. Het is een manier om opgenomen te zijn in het door de Gezalfde Jezus belichaamde en verkondigde Woord dat volgens het Johannesevangelie in de beginne bij God was en zelf God was. Omdat dit Woord ons heeft aangesproken tot een leven in waarheid en goedheid, kunnen wij niet anders dan dit woord doorgeven en er anderen mee aanspreken. Door te verkondigen bouwen we zo mee aan de gemeenschap van de kerk en vinden we zelf onze plaats in de gemeenschap die langs deze weg ontstaat. Wie in verbinding met hedendaagse mensen onderzoekt wat er gezegd moet worden, ontvangen ook zelf het geloof dat zij of hij verkondigt. Wie met anderen uitprobeert wat er gedaan kan worden, ontvangt ook zelf de hoop die zo gestalte krijgt. Wie met anderen verlangt naar een verbinding met Degene die ons liefheeft, vindt ook zelf de liefde die ons van Godswege draagt.

Doorwerken

Ik heb ooit met een half grapje Jezus de schuld gegeven van onze 24/7-economie. Jezus zegt immers volgens het Johannesevangelie: ‘Mijn Vader werkt aan een stuk door, en daarom doe ik het ook’ (Johannes 5,17 Nieuw Bijbel Vertaling). Wanneer je geroepen bent te verkondigen in het spoor van Jezus, wanneer daarom studie jouw vorm van contemplatie is en de verkondiging jouw vorm van gebed, hoe voorkom je dan dat je altijd maar doorgaat? In de dominicaanse traditie is de regel wel dat er tijd werd vrijgemaakt om het getijdengebed te bidden en de eucharistie te vieren, maar het was ook altijd mogelijk daarvan gedispenseerd te worden als de verkondiging of de voorbereiding ervan hierom vroegen. Dit impliceert dat een zekere mate van verstandigheid en praktische wijsheid onontbeerlijk is voor een goed dominicaans leven. Maar het laat ook zien dat evenwichtigheid voor dominicanen niet de eerste zorg is. De mateloosheid in mijn verlangen tot weten en begrijpen, wordt door de dominicaanse traditie niet tegengesproken. Het krijgt een kader.

In de dominicaanse constituties staat onder andere:

Door middel van de studie erkennen [dominicanen] in hun hart de veelvoudigheid van de wijsheid van God en bereiden zich voor op de dienst van het onderricht aan de kerk en aan alle mensen van goede wil. Zij behoren zich met des te meer ijver op de studie toe te leggen, omdat zij vanuit de traditie van de Orde in het bijzonder geroepen zijn de menselijke gerichtheid op waarheid vorm te geven.

Ik had het zelf nooit kunnen bedenken, maar dit is een tekst waardoor ik mij begrepen voel. Slapen kan altijd nog wel en wie heeft er nu een hobby nodig, als dit er toch nu om vraagt om gekend en doordacht te worden!

 


 

Erik Borgman  is een Nederlandse lekendominicaan en hoogleraar van de religie, in het bijzonder het christendom, aan de Universiteit van Tilburg. Daarnaast is hij gasthoogleraar aan het Doopsgezind Seminarium. Het opiniemagazine Vrij Nederland selecteerde hem in 2008 als één van de meest innovatieve denkers van Nederland. Lezers van dagblad Trouw verkozen hem tot een van drie meest inspirerende theologen. Ook werd hij in 2012 uitgeroepen tot Theoloog van het jaar.

Hoe zullen we dan leven?

northumbriacommunityDoor Ingeborg Janssen

Daar kwamen we dan aangereden, onderweg naar Nether Springs, het moederhuis van de Northumbria Community, een uurtje vanaf de boot van Newcastle, het laatste stukje over slingerwegen van het Engelse platteland. Ik had me er op verheugd en was vol verwachting! Hoe zou het nu zijn in die gemeenschap, een paar dagen samen leven met de mensen die er wonen, de rust, de stilte, de gebeden, de gesprekken?

Al snel was het thuiskomen. Gesprekken met mensen met dezelfde vragen en vooral die ene vraag: hoe zullen we dan leven? Een van de kernvragen van de Northumbria Gemeenschap die richting geeft aan hun Regel. Een vraag die mij ook puzzelde en op zoveel manieren in mijn leven speelt.

Hoe zullen we dan leven? Een grote vraag voor mij zoekend naar manieren om ons verlangen om samen met anderen ons leven te delen in een Stadsklooster. Dit was een constante zoektocht naar een plek en naar mensen die mee wilden doen geworden.

Hoe zullen we dan leven? Gewoon in het leven van alledag, aansluitend bij de praktische en aardse Keltische spiritualiteit. Laat ik mijn leven leiden door mijn agenda of kan ik echt open staan voor de mensen die ik ontmoet en daar tijd voor maken? Ontvang ik die ontmoetingen als geschenk van God of ervaar ik het als iets wat me afleidt van dat wat ik te doen heb?

Hoe zullen we dan leven? Het ritme van gebed vier maal per dag raakte me het meest. De rust en het ritme van de getijden, de regelmaat van de gebeden, geïntegreerd in de dagelijkse activiteiten. Het raakte mij om samen te bidden, het raakte me nog meer toen ik besefte dat dit ritme van gebed door zoveel mensen geleefd werd. Mensen verbonden aan deze gemeenschap, die gewoon op hun werk of thuis de tijd namen om deze gebeden te bidden.

Eenmaal weer thuis blijft de vraag hoe zullen we dan leven bij me. Het geeft richting in tijden van ontspanning en van onrust. De regelmaat van gebed bepaalt me erbij dat ondanks dat het kan stormen er altijd een plek is, Iemand is om naar toe te gaan. Soms lift ik mee op de woorden die anderen bidden of geschreven staan, andere keren bid ik vol overtuiging.  De vraag hoe zullen we dan leven gewoon in het leven van alledag bepaalt me meer en meer bij aandacht voor mensen en inhoud. Dit wordt mooi verwoord in een deel van het middag gebed van de keltische gebeden.

Leer ons, geliefde Here, zó onze dagen tellen
dat wij een wijs hart bekomen.
Verzadig ons in de morgenstond  met uw goedertierenheid
opdat wij jubelen en ons verheugen al onze dagen.
En de liefelijkheid van de Here, onze God, zij over ons,
en bevestig Gij het werk onzer handen over ons.

 


 

Ingeborg Janssen is een van de initiatiefnemers van stadsklooster-arnhem.nl en een van de mede organisatoren van de studiedag Monastiek anders missionair. Zij werkt bij de Unie van Baptistengemeenten als teamleider Missionaire Gemeente Ontwikkeling.

Meer weten over de Northumbria Community? northumbriacommunity.org of keltischegebeden.nl

« Oudere posts